Uitsterven.nu sterf je uit!

26Jul/092

De Kronieken van Klaas-Jan Dorretak de Neanderthaler, deel 1

neanderthaler

Het ritueel

Het was weer vroeg dag, deze ochtend.  Ik zat met opgetrokken benen  voor onze grot, en keek uit over het weidse landschap. Een landschap waarin ik mij zo thuis voelde. Achter mij hoorde ik mijn stamgenoten langzaam wakker worden, de vertrouwde geluiden van de vroege ochtend. Natuurlijk moest een van de kinderen, zo te horen Maartje, weer luidkeels gaan janken. Afijn, zo gaat dat.  Mijn bespiegelende stemming werd er wel door aangetast, en bijna automatisch stond ik op, en pakte mijn speer. Peter Steen en Jean Hondekop kwamen ook naar buiten gelopen. We stonden wat tegen elkaar te grommen en te duwen en onduidelijke gebaren te maken, zoals we dat volgens de geleerden gedaan zouden hebben.  Toen we dat achter de rug hadden gingen we een eindje van de grot af staan, om te overleggen hoe we de dag zouden indelen.  Peter vond dat we maar moesten gaan jagen, Jean had daar geen zin in. Die was net bezig met een nieuw ritueel te ontwerpen, en wilde nog wat voorschetsen maken en zo. Ik wist het niet. Het wild was moeilijk te vinden, en het land was droog.
"Weet je,..."  zei ik. "Ik denk dat we er beter mee op kunnen houden."
Peter keek verbaast op van het scherpen van zijn speer.
“Waarmee?”  vroeg hij “Waarmee moeten we ophouden?”
Jean keek me indringend aan. Ik ging aarzelend verder.
“Nou,…. hoeveel van ons zijn er nou nog? Hoeveel kinderen zijn er dit seizoen geboren?”
Jean liet zijn innemende grijns zien.
“Aan het volume dat geproduceerd wordt: dit jaar meer dan ooit!”
Dit gaf aanleiding voor ons om grommend en elkaar op de schouders rammend rond te springen totdat ik Peter een te harde por gaf en hij mij een lelijke trap tegen mijn knie gaf waarbij het zand alle kanten opstoof. Toen werd het menens. Jean rende luid krijsend tussen ons door, waardoor wij uit elkaar gedreven werden en hijgend onze kleren weer rechttrokken.
“Tja,..”  vervolgde ik na een korte tijd waarin de spanning geleidelijk weer afnam, “zoals ik al zei, ik denk toch dat we hier klaar zijn. Ik wil er een punt achter zetten. “
“Stoppen?”
“Ja.”
“Met?”
“Met alles. Gewoon ophouden te bestaan. Ik bedoel, waar doen we het nog voor? Heb je gezien hoe wij in de geschiedenisboekjes staan? “
“Ja, maar dat komt omdat Homo Sapiens denkt dat hij kan denken.”
“Klopt, dat weet jij, dat weet Peter, dat weet ik. Maar wat doen wij ertoe? Ik vind echt dat we op dit moment meer bijdragen aan, ……..euh, tja………  In ieder geval, meer bijdragen als we er NU mee ophouden. Ik wil niet worden als een Nana Mouskouri , die een parodie op zichzelf wordt omdat ze niet weet wanneer ze moet stoppen!”
Het werd stil. Dat was inderdaad een angstaanjagend schrikbeeld, en mijn stamgenoten zagen dit ook in.
“Oké. Laten we erover denken.”  Dat was Peter die terwijl hij dit zei langzaam zijn speer neerlegde, bijna als een symbolische daad.
“Maar hoe?”  vroeg Jean.
Ik ging op mijn hurken zitten, de twee anderen volgden mijn voorbeeld. De hoofden dicht bij elkaar.
“Dat ritueel hè, waar jij mee bezig bent…”  vroeg ik aan Jean, “…kun je dat misschien aanpassen voor dit doel?”
Jean fronste zijn wenkbrauwen… streek met zijn hand over zijn baard terwijl hij korte snuivende geluiden maakte. Hij dacht na.
“Nou, het is wel een heel  ander concept,….”
Nog een frons, maar een twinkeling kwam in zijn donkere ogen, een glimlach brak door en hij knikte ‘ja, ja!’ terwijl zijn lach steeds breder en guller en luider werd.  Ik begon mee te grinniken en ook Peter zat al te schuddebuiken. Spoedig  lagen we bulderend van het lachen door het stof te draaien. Wat een geweldige dag! Wat een feest!
Toen kwam Gerda de grot uit met Maartje op haar arm, haar ogen rood en gezwollen van het huilen.  Geheel zoals je dat van een Neanderthaler vrouw kon voorspellen kwam er een knetterende monoloog op megafoon volume, die weliswaar niemand verstond, maar die wel drie schuldbewuste gezichten opleverde. En ietsje later drie silhouetten van  mannen met speren die de heuvel afliepen om te gaan jagen.

Comments (2) Trackbacks (0)
  1. Mijne Heren,

    Bij dezen wil ik vanuit wetewnschappelijk standpunt toch even iets inwerpen tegen deze, excuses le mot, lullekoek! De Homo Neaderthalensis namelijk stierf niet uit vanuit een goed doordachte danwel gefundeerde groepsmatig geaccrediteerde beslissing, maar omdat Homo Sapiens nju eenmaal véél en véél intelligenter is (zie hiervoor ook mijn proefschrift “On the survival of the Intelligentest by Means of structuralising the General Consensus on formerly Unsocial Behaviour”, Leeuwarder Universiity Press, 1979).
    De door mij aangeraden techniek ten aanzien van uitstervan in toto is dan ook: wachten tot er een genus langskomt die het beter weet. Tot zolang,
    hoogachtend,
    H.J.L.ten Hoofde,
    lector Historische Genematrie

  2. Geachte heer Ten Hoofde,

    Over uw opmerking kan ik kort zijn: typisch zo’n Homo Sapiens opmerking, met zo’n verwrongen wetenschappelijk wereldbeeld. Als jullie echt zo intelligent zouden zijn, hoeven jullie er ook niet zo lang als wij over te doen om te snappen dat uitsterven een betere optie is dan maar doorgaan op de ingeslagen weg. Wij hebben zo’n 200.000 jaar op aarde rondgelopen, en toen was het welletjes. Jullie zijn er nu al 40.000 jaar. Een mooi moment om er ook maar mee te stoppen, als je slim bent!

    Maartje Hondekop.


Leave a comment

No trackbacks yet.