Hier een simpele opzet van het verhaal van Lilith, bedoeld als basisgegeven voor een opera. Er zijn aspecten uit de oorspronkelijke legende, maar ik heb er wel een eigen draai aan gegeven.
Het gaat om vijf rollen: 1. God (door groot gemengd koor), 2. Lilith (contra-alt) 3. Adam1 (counter tenor) 4. Adam2 (bas) 5. Eva (sopraan)
Ik denk dat het op te delen is in een aantal scenes: De scheppingsscene. De naamgeefscene. De liefdesscene. De verkrachtings scene. De appelboomscene. De sterfscene (van Lilith).


God is bezig eeuwigheid te zijn. Hij speelt wat met momenten en dimensies. In een soort oprisping, of misschien een creatieve scheet schept hij Lillith, de eerste mens en met haar de lineaire tijd. Ze praten wat met elkaar, een eerste gesprek, en komen tot contact. God verliest na enige tijd zijn verwondering voor Lilith en dwaalt weer wat rond en doet de dingen die goden meestal doen. Lilith vereenzaamt. God ziet dat en het maakt hem bedroefd, of een goddelijk equivalent daarvan. Voor haar maakt hij vervolgens de aarde met alle planten en dieren daarop en noemt het ‘het paradijs’. In dat paradijs staat ook een appelboom. Hij zegt tegen Lilith: “Als je van die boom een appel eet zullen begrippen zoals goed en kwaad, zwart en wit, man en vrouw een eenduidige betekenis krijgen.” Lilith hoort dit aan en is dankbaar voor de gift, die inhoudt dat ze een vrije keuze heeft. Dan geeft God Lillith als taak alle dieren en planten een naam te geven. Daar vermaakt zij zich een poos mee. Toch blijft zij eenzaam, want er is niemand gelijk aan haar met wie ze kan praten. Als God dit merkt maakt hij speciaal voor haar Adam. Adam is in alle opzichten gelijk aan Lilith. Hoewel,… hij is niet spontaan gekomen maar is voor Lilith geschapen. Zonder haar zou Adam er niet geweest zijn… Een beetje minderwaardig voelt hij zich daarom wel. Adam is door God zo gemaakt dat hij Lilith wil behagen. Adam en Lilith ontdekken de liefde en seks. Adam’s minderwaardigheidsgevoel ontwikkeld zich en dat uit zich in bezittingsdrang en de neiging te willen overheersen. Een bepaalde wreedheid is hem niet vreemd, ook naar de dieren in het

paradijs. Hij wilt dat Lilith met vrijen onder ligt. Lilith weigert dat. Ze vindt dat zij en Adam gelijken zijn. Ze zijn vrije, gelijkwaardige mensen volgens Lilith. Adam probeert met geweld Lilith aan zich te onderwerpen. Lilith vertrekt, ze vliegt weg. Ze laat Adam in vertwijfeling achter. Hij bidt God om hulp. Die is van mening dat het enige dat je eventueel kunt bezitten is wat je zelf bent. Dat is een antwoord waar Adam in zijn gekwelde toestand niets mee kan. Hij gaat naar de boom van kennis en plukt een appel die hij met smaak opeet. Dan splijt Adam open en uit zijn borst kruipt Eva. Adam kan Eva wel bezitten (en onderdrukken), ze is immers een deel van hemzelf. Een neveneffect is wel dat zowel Adam als Eva de wereld (het Paradijs) niet meer als een geheel kunnen zien. Ze zien nu mooie en lelijke dingen, lekkere en vieze vruchten, hete dagen en koude nachten. Adam denkt dat hij uit het Paradijs verdreven is en geeft Eva daarvan de schuld. Immers bij haar verschijning is alles zo veranderd. Als Lilith terugkomt ziet ze dat ze weer alleen is; Adam heeft er blijkbaar voor gekozen om tweeledig te worden, gespleten. Adam en Eva zullen lange tijd alleen met zichzelf en hun relatie bezig moeten zijn, tot de harmonie weer terugkeert. Voor Lilith is communicatie met Adam en Eva niet mogelijk en ze wendt zich tot God. Hij neemt haar tot zich en laat haar wegzinken in vergetelheid. Zij is de eerste mens die sterft en zo wordt ook de sterfelijkheid een feit.


Lilith